Wat is dat: ‘Verlichting”? Tegenover licht kun je zowel donker als zwaar plaatsen. Tegenover verlichting komt dan belasting te staan. Je bent dan op weg naar verlichting als je je ontdoet van alles wat je terneer drukt, als je de last die je met je mee torst van je af laat glijden, loslaat.

Verlichting als ‘weer licht worden’ verbind ik ook met uitspraken van Don Juan, een Mexicaanse tovenaar die zeer waarschijnlijk is ontsproten aan de fantasie van de Amerikaanse schrijver en antropoloog Carlos Castaneda, die leentjebuur heeft gespeeld bij een groot aantal spirituele en mystieke tradities:

(…) we are luminous beings. We are perceivers. We are an awareness; we are not objects ; we have no solidity. We are boundless.

Als het gaat om weer licht te worden, zowel in de betekenis van weer lichtvoetig te worden als weer stralend komt haast vanzelf de vraag naar waar, hoe en wanneer we dat licht, dat lichte zijn kwijtgeraakt. Kinderen zijn nog licht. Het valt blijkbaar niet mee om die openheid van geest te behouden als je ouder wordt. Opvoeding, onderwijs en maatschappelijke conventies dragen zeker bij aan het donkerder en zwaarder worden, aan het doden van de verwondering. En natuurlijk is het ook rustgevender als je vasthoudt aan de antwoorden die je ooit eens verzonnen hebt. Het zoeken naar de kern is cruciaal, die stilte onder de storm. Patanjali omschreef dat als:

Tijdens concentratie vertoeft de ziel in de toestand van een toeschouwer zonder schouwspel.

Verlichting is niet ver weg. Als je je ontdoet van de last die je meetorst is dat verlichting. En ook momenten dat het ik dat torst er even is niet verlichten. Dat kent iedereen: liefde, sex, opgaan in waar je mee bezig bent, een heerlijke maaltijd, een koud glas bier op een terras op een warme zomerdag. Ook dat is verlichting. Of misschien slechts  piepkleine voorproefjes van wat ‘Verlichting’ zal zijn. Maar wat is klein en wat is groot? Is het niet meestal gewoon verbeelding?