In zijn Yoga Sutra’s noemt Patanjali vijf Yama’s — vijf gebieden om het verzet, het jezelf onthouden, te oefenen. De eerste, en volgens velen de belangrijkste, is Ahimsa — niet-geweld.
Dat wordt al snel “geweldloosheid”, en dan denk je misschien: aha, dat ken ik, daar was Gandhi toch druk mee? Vervolgens vraag je je af of je een irritante mug nog wel mag doodslaan, of waarom de Mahabharata zo bol staat van geweld. Dan mis je de kern.
Geweld is ook het voltooid deelwoord van het werkwoord wellen. Jammer genoeg zijn er maar weinig mensen die zich dat nog realiseren. “Wellen” is het proces waarbij gedroogd fruit water opneemt en opzwelt. Een kleine irritatie kan opzwellen als je te lang wacht. Al die kleine irritaties stapelen en worden dan een grote irritatie en als dat dan uiteindelijk naar buiten komt klinkt daar opgekropte woede in door en heb je al snel ruzie.
Laat het niet “wellen”, wees er snel genoeg bij zodat je het nog in alle rust af kunt handelen of ter sprake kunt brengen. Ook dat is Ahimsa; alert zijn op wat buiten en binnen gebeurt en daar op tijd iets mee doen. Moeiteloos mee bewegen met wat gebeurt.