Soms word ik teleurgesteld. In de VN of de politiek, loodgieters en aannemers, vrienden, vriendinnen, kennissen, collega’s en familie. Ze gedragen zich niet altijd zoals ik gedacht of gehoopt had. Als ’t boven verwachting is hoor je me niet, maar als ’t tegenvalt kan ik me enorm boos maken.

Dat is gek. Als iemand niet doet wat ik verwacht is mijn verwachting -blijkbaar- verkeerd. Moet ik zo iemand niet eigenlijk dankbaar zijn? Om niet krijg ik de gelegenheid een realistischer beeld op te bouwen. Treurig dat ik dat soms vergeet en boos in een hoekje ga zitten mokken. Gemiste kansen.

Ik ben weer een illusie armer, denk ik als ik in dat hoekje zit. Als ik niet oppas creëer ik zo de illusie dat ik door mijn illusies kwijt te raken een realistischer mens word. Zonder illusies zit je toch in principe in een al te bekende wereld; een wereld waar geen ruimte is voor verwondering. Maar is dat wel zo? Weten hoe de wereld niet is brengt je niet automatisch dichter bij weten hoe de wereld wel is.

Misschien dat ‘teleurstelling’ begint met een te vastomlijnd beeld van hoe of wat iets of iemand is. En die illusie die je kwijtraakt als dat beeld niet blijkt te kloppen zou ook kunnen leiden tot het opnieuw met een frisse blik en zonder vooringenomenheid kijken. Teleurgesteld? Verbaas je!

Wie weet brengt die verbazing je een nieuwe en veel mooiere illusie …